Cyclisch proces

Kwaliteit benoemen is een begin, het actief ontwikkelen en ontwerpen van kwaliteit is iets heel anders. Tijdens het lange proces van structuurvisies en gebiedsplannen wordt het estafettestokje een aantal keren overgedragen: van onderzoekers naar ontwerpers, naar bestuurders, naar ontwikkelaars, naar beheerders en gebruikers.

Vaak zet men in de beginfase – terecht – hoog in. Maar gaandeweg erodeert de ambitie en gaat alle aandacht uit naar het proces, de juridische en de technische problemen en de financiën. Wanneer de uitvoering start, zijn de oorspronkelijke initiatiefnemers en ontwerpers vaak al uit beeld verdwenen.

Om dit te ondervangen, brengt de Werkbank het gehele proces al in de beginfase in beeld. Bij de eerste ‘strevingen’ wordt ook gekeken naar het realiteitsgehalte en naar beheersvraagstukken. In latere fasen wordt steeds teruggekeken naar het begin: zitten we nog steeds op het goede kwaliteitsspoor? Welke nieuwe ambities zijn toegevoegd? Kwaliteitsgroei vraagt om een cyclisch proces.

   

In elke fase worden diverse “rondjes” gelopen om te ontdekken of en hoe het beoogde resultaat is te bereiken. De initiatieffase verkent globaal wat er in een gebied mogelijk is. Private partijen vanuit een commerciële blik, publieke partijen vanuit de vraag of er een kwaliteit is te realiseren die past in beleidsvisies en coalitieprogramma’s/-akkoorden en maatschappelijke organisaties vanuit hun doelstellingen. Bewoners kijken naar kansen en bedreigingen voor hun toekomstig woongenot en ondernemers in het gebied nemen het perspectief van hun toekomstige bedrijfsvoering (werk en inkomsten) als uitgangspunt.

            

Vooral de haalbaarheidsfase (plannen/planontwikkeling) kent een sterk cyclisch karakter van “trail and error” gericht op een optimaal evenwicht tussen enerzijds de gebiedsambities uit het programma van eisen en anderzijds de sluitende businesscase en een haalbaar realisatieplan. Het is niet voor niets dat de haalbaarheidsfase in de praktijk een onderscheid kent in een definitiefase die uiteindelijk leidt tot een programma van eisen, een voorlopig ontwerp (VO), een definitief ontwerp (DO) met een sluitende businesscase en een realisatieplan.          

Steeds is sprake van vooruitkijken en terugkoppelen (rondjes blijven lopen). De  ontwerpfase kijkt vooruit of een sluitende businesscase is te maken, wat voor kansen en problemen realisatie op kan leveren en vooral wat de betekenis van het ontwerp is in de gebruik- en beheerfase. Gaat het gebied er daadwerkelijk in kwaliteit op vooruit, waar zitten nog vraagtekens, wat betekent dit voor kosten van beheer, bij wie komen die terecht, welke ontwikkelingsmogelijkheden blijven open, etc.? Antwoorden op deze vragen en vele andere vragen zijn input voor aanpassing en detaillering van het ontwerp. Soms lijkt het onmogelijk om aan de randvoorwaarden uit het programma van eisen te voldoen. Dit kan leiden tot een creatieve zoektocht naar andere oplossingen of tot een bewuste bijstelling van het programma.

Zie voor hulpmiddelen bij het doorlopen van dit proces: > instrumenten